zondag 30 november 2008

Muziek en poëzie voor de Advent


Beste en lieve vriendinnen en vrienden,

Graag maak ik van deze nieuwe aflevering voor mijn "Utopia dat bestaat" (Anton van Wilderode over mijn dichtbundel 'Sporen naar Utopia'...) nu eens een briefje, aangepast aan de Advent, tijd van "verwachting", die gisteren, zondag 30 november begon. Tegelijk kondig ik jullie twee bijzonder waardevolle concerten aan en roep ik iedereen, die nog gelooft in de strijd om rechtvaardigheid en schoonheid, op om ze bij te wonen. Het eerste is in feite het voornaamste, wegens de idealistische én waardevolle "doel-stelling" (...): in de 17de-eeuwse barokke O.-L.-Vrouw-ten-hemel-opgenomen kerk van het idyllische en door cultuur- en harteloze personages (ook in de "Vlaamse" overheid!) bedreigde Scheldedorp Doel wordt op vrijdag 5 december, om 20 u. het grootse oratorium "Die Schöpfung" van Joseph Haydn uitgevoerd, in het teken van het lenigen van de nood van Doel: "Und es ward Licht!". Symbolischer kan niet! Doel staat nu in het teken van de (her)schepping!

Van de vroegere, hechte gemeenschap in dit Waaslandse dorp, blijft er nog een 200-tal "koppigaards" over die niet van wijken willen weten. De vereniging "KunstDoel" -dichters, waaronder deze "blogger" en beeldende kunstenaars- streeft ernaar om het mooie dorpje, overschaduwd door de gigantische koeltorens en door sloping en vandalisme ge"haven"d als KUNSTdorp te behouden, al is het nu niet meer zo zeker of de uitbreiding van de Antwerpse haven-moloch, met nogmaals een nutteloos dok ("Saeftinghedok") wel zal doorgaan. Veel misdadig sloopwerk werd reeds, met de steun van de belgische politie, verricht, maar de kunst en in dit geval de muziek, wil daar een zinderend en beklijvend antwoord op geven.

Het programma op het "heerlijke avondje van Sinterklaas" wordt uitgevoerd door Cristel De Meulder (sopraan), Jan Caals (tenor), Ian Degen (bas), het koor "Vocaal Collectief", de strijkers van het "Sebastian Symphonietta", de blazers van "Jongart" (voorbereid door Bob van de Velde) en Jan van Mol (clavecimbel). De algemene leiding is in handen van Jaak Gregoor. Initiatiefneemster en stuwende kracht achter dit Doel-concert, waarvan de eerste editie, een uitvoering van Mozarts 'Requiem' op 16 november vorig jaar een nokvolle kerk lokte..., is Frie Lauwers, trouwe en dappere bewoonster van het bedreigde dorp. De geest van schepping en (nieuw) licht zal bemoedigend werken! De toegangsprijs is vrij hoog maar dit is te wijten aan het ontbreken van elke overheidssubsidie...Wie echt met hart en ziel wil steunen (de uitvoerende musici én de toekomst van KunstDoel!) zal er die 25 euro graag voor over hebben. Reserveren kan telefonisch: 070-22.33.30 of online: http://www.onti.be/. Kaarten zijn ook te verkrijgen bij Kleding De Rop, Grote Markt 17, Beveren en Drukkerij Cleiren, Dorpsstraat 18, Kieldrecht. Organisatoren zijn "Koma-ar Educatief vzw Antwerpen", de "Orde van het Pilorijn" (=schandpaal...) te Beveren en Calcant vzw.

Het tweede concert heeft ook een bijzonder doel, zij het niet zo acuut en levensbedreigend als het Doelse. Het vindt plaats op zondag 21wintermaand, de zondag vóór Kerstmis dus, in de luisterrijkste barokkerk van Antwerpen, de Sint-Carolus)Borromeuskerk (aan het sfeervolle Consciencepleintje). om 15 u. De bedoeling van dit eerste kerstconcert, georganiseerd door "De Antwerpse Kunstvrienden", is "eindelijk kerstmuziek van bij ons", dus een keuze uit de volkseigen kerstmuziek van Zuid- én Noord-Nederland, dus van de hele Lage Landen, te brengen. De uitvoerders zijn: het Mechels "Vocaal Ensemble Scala Vocale" o.l.v. Lode Tooten, Isabel Delemarre (Duits-Nederlandse sopraan), Dirk Bekaert (pianist), Thomas Tooten (cellist), Albina Svirski (pianiste en organiste) en "De Zwalmfanfare" (die geregeld ook optreedt op de IJzerwake). Voor een poëtische verdieping van de muziek zorgen Erik Verstraete, die het gedicht "Gang ter Kribbe" van Wies Moens voordraagt en Hector van Oevelen, die een fragment vertolkt uit "Het Kindeke Jezus in Vlaanderen" van Felix Timmermans. De leiding van het concert is in handen van de Noord-Nederlandse concertzanger Pieter Vis. Inlichtingen en kaarten: mia.dujardin@scarlet.be, tel. 03-230.24.62; ward.steffens@telenet.be, tel. 015-33.72.33; hector.van.oevelen@hotmail.com, tel. 03-744.13.55; psaris@zonnet.nl, tel. 00/31-30.6382 482. Met een kleine keuze uit de ontzaglijke schat van de Nederlandse, Dietse kerstliederen en instrumentale kerstmuziek wordt ook een steentje bijgedragen tot het herstel van het historische kerkorgel van de Caroluskerk!

Laat mij nu besluiten met het sterke, strijdbaar-volkse kerstgedicht van mijn oude vriend Wies Moens, dat ik zal voordragen tijdens dit concert, op 21 december:

GANG TER KRIBBE
----------------------------------
Ons begeleidt niet der engelen Gloria-zang.
Er is geen ster, geen hemels citerspel.
Duister de weg ter Kribbe, laag de lucht,
en nevelflarden, slierend over 't veld.

Grindpad en keien: dat vliedt maar onder den voet!
Bomen schuiven voorbij, en wat in den donker
blijft onherkenbaar: lichtloze stulp
of scheefgezakte schelf.
Rukken wij voorwaarts? Komt er het doel van den tocht
zélf naar ons toe?
Niemand klaart het geheim.

Geen lied van serafs in de lucht,
geen klank van violen.
Slechts de doffe stap van twee kameraden
stoort de stilte der Nacht;
de stap van twee soldaten,
elk met zijn kwaad belaân,
elk met een vlam in 't hart:
den God die wordt geboren in een woel'gen tijd
haastig om kracht te bidden voor den groten kamp.

De schansen roepenWaatren van nood en ondergang
bestormen wild der wereld oude dijken.
Paarden der steppe gelijk, steigren de bare' overal!
Wij staan op een landtong, ver in zee,
door schuim ombrand en wind:
twee makkers in 't geweer op een verloren post.

Stonden wij stil? Wij gaan alweer, wij gààn.
Willen het Kind zien van de zuivre Maagd,
waar 't rust tussen herders en dieren;
treên, met Zijn lach in het hart,
onder de strijdbanieren:
twee uit de honderden, twee uit het stout regiment
dat géén verloren posten kent,
maar zwijgzaam, verbeten,
worstelt tegen duivel en hel,
om een stuk van het Godsrijk
op deze lage, zompige gronden
aan de grijze zee!

WIES MOENS (uit 'Golfslag', 1935)

dinsdag 18 november 2008

"Gent! Vól klinkt uw naam."


Het is alweer twee weken geleden dat ik hier nog een tekst heb geplaatst, toen gewijd aan Allerzielen en aan de doden, met name de overleden bezielers en kunstenaars, van wie Wies Moens er vier heeft herdacht in zijn werk 'De doden leven'. - Mijn stuk verscheen op 3 november jl.

Een voor de hand liggende publicatie - vooral voor de geestverwante nationalisten en Dietsers die er niet bij waren - zijn de vijf gedichten die ik mocht voordragen in Gent, dé Geuzenstad, de Dietse, Oranje-gezinde vechtstad, de koppige, opstandige stad van de Artevelden, de stropdragers voor Keizer Karel, de Geuzen van Jan Hembyze, de activisten van Domela Nieuwenhuys, de stad van Klokke Roeland, van de "optocht der torens" (Wies Moens). Deze scherpe, rebelse gedichten pasten helemaal bij de vechtstad Gent. Ze sloten aan bij de lezing van Voorpost-voorzitter Johan Vanslambrouck over de Frontbeweging (1916-'18) en bij de voordracht van Francis Van den Eynde over "het activistisch avontuur" en de korte zelfstandigheid van Vlaanderen (december 1917 - november 1918)....

En nog iets: de stad Gent is mij, als oud-student Germaanse aan de universiteit aldaar (1962-'66) bijzonder dierbaar: ik genoot daar van de cursusen van enkele uitmuntende professoren, o.a. Herman Uyttersprot (Rilke, Kafka, Heine, Goethe...) en de Antwerpenaar Walter Couvreur, een meester in de -vergelijkende- taalwetenschap, vooral in de Indo-Germaanse taalfamilie, waarvan hij enkele nieuwe, onbekende talen ontdekte, met name "Tochaars" en "Hettitisch" (zéér lang geleden in Klein-Azië...)- Bovendien ben ik door bloed en afstamming géén Antwerpenaar (Brabander dus), maar een (Oost-)Vlaming, wiens ouders geboren werden en jong waren, resp. in het Meetjeslandse Ursel (vader Pol Verstraete) en in het "Gentse" Evergem (mijn zeer geestdriftige, poëtische moeder Bertha De Meester...) Beiden hebben hun jonge liefde beleefd in de straten van Gent en beiden zouden de hier volgende gedichten met passie hebben voorgedragen! De twee voornaamste en begaafdste Dietse of Nederlandse dichters, Wies Moens en René De Clercq hebben, evenals ikzelf, in Gent Germaanse filologie gestudeerd en droegen daarom "zo hoog hun hoofd!"

Ballade van de IJzerbedevaart
---------------------------------------------
(Aan Anton van Wilderode)
---------------------------------------------
I.
Ooit gaf de stoute strijd aan 't IJzerfront
aan dit ontzielde volk een klein geweten.
Door 't offer van de ridders-frontsoldaten vond
een kleine schaar de weg naar het verlaten veld.

De staatse haat ontstak een broeihaard van geweld.
Een bedevaart deed stap voor stap belijden
de Dietse eigenheid die in de storm der tijden
werd neergedrukt, misvormd en uitgeteld.

Toen kreeg die kleine kern een goed gezag
van volksgetrouwen, die zich schaarden
aan de zijde van de Vlaamse kleinen, de gewijden
door eenvoud en verdriet. Dat waren àndere tijden.

II.
Maar weer bleek 't lot het arme Vlaanderen niet genegen.
Ten tweeden male leidde een wereldbrand
de beste van ons volk weer op verdeelde wegen.
De staat keek grijnzend toe en greep de kans

om volkscultuur en eigenheid te slaan,
te wurgen in zinnebeeld en trouw aan idealen.
De zuivere toren mocht niet blijven staan.
Hij moest en zou de harde tol betalen,

die de vijandige staat weer eisen dierf
van 't lamgeslagen en verscheurde volk.
Geen toren kan bij nacht de haar weerstaan:
de daders konden ingestraft hun gangen gaan

III
Voor 't Zuidelijk Nederland rees zwart de tijd:
zijn 'Zwartboek' schreef Wies Moens, héén ging Verschaeve,
monddood werd 't Dietse Vlaanderen, wijl de staatse nijd
de trouwen nedersloeg. Maar, als een goddelijke gave,

in nood en fel verweer, stond weer een kleine schaar
voor nieuwe arbeid klaar: de toren moest herrijzen.
Trots en verbeten stonden, wist van Wilderode,
Vlaanderens vendels, van nieuwe tijd voorbode.

De bedevaarten brachten velen op de been.
Volk en leiders gingen eindelijk beseffen
de echte nood van 't land en steen na steen
herrees de ranke toren en niemand zou verheffen

een stem van onbegrip. Geen wanklank viel te horen.
Alleen nog geestbederf kon deze opgang storen..
Ontrouw en eigenbaat tastten t'och leiders aan.
Het volk, geheel verward, kon geen bedrog verstaan.

't Vergif was uitgestrooid door eigen "leiders".
De harde tweespalt voel niet meer 't ontwijken.

Wie zorgt voortaan voor schoonheid en voor volkse trouw?
Een nieuwe Dietse kern zal waken en her-ijken!

Erik VERSTRAETE (uit 'Gebleven is de Adel', 2006)
---------------------------------------------
De eerste toren
(24 augustus 1930- 15/16 maart 1946
---------------------------------------------
Er stond een hoge toren recht
een zuil van blond graniet;
een vonnis werd hem aangezegd
het vuur laf aan de lont gelegd
en hij weerstond het niet.
Gelukkig heerst hier Recht-en-Wet:
het onderzoek werd ingezet.

Maar nauwelijks is de holle kolk
van rook en woedend gruis
geledigd in een zwarte wolk
of dit verdomd geduldig volk
droomt van een ander kruis.
De daders rest een korte pret:
het onderzoek werd ingezet.

De witte zerken zijn gescheurd
geblakerd of verbrand,
de doden, aan hun derde beurt
en voor de derde maal betreurd,
werden met zachte hand
in hun nieuw stenen graf gebed.
Het onderzoek wordt voortgezet.

De dage van een zwarte maart
worden april en mei.
De ondaad blijft onopgeklaard;
de daders, die men kent en spaart,
de daders lopen vrij.
Maar, Vlaamse lieden, opgelet:
het onderzoek wordt voortgezet.

De rechters, onverlegen thuis,
leggen hun tabberds af.
De resten van een zuiver kruis,
een doodvermoeid vernietigd gruis,
sluit zich weer als een graf.
De schone vormen zijn gered;
het onderzoek wordt stopgezet.

Anton van Wilderode
(IJzerbedevaart 1966)
---------------------------------------------

De frontlijn tussen ons, maar één met u,
gesarde Broeders, één in geest en wil,
gedreven door den zucht naar 't zelfde heil,
verhieven wij die achterbleven, koen
de vaandels van 't verzet tegen de macht
van schijn en leugen, die ons bot bedroog.
In 't oude land sprong nieuwe drift omhoog,
een nieuw gezang weeklonk van gouw tot gouw:
een fel gezang, dat aan de luchten joeg
als lentestorm met forsen stoot op stoot;
een hard gezang, dat heldre vonken sloeg
uit wat de tijd versteend had; hamerdeun
en zwaardgezoef inenen, zang der daad!
Wie medezong, hém werden strop en lood
beloofd door hen die over 't grauwe graf
'u, Broeders, nog vervolgden met hun smaad,
en klisten dicht tezaam bij 't kriepend rad
van 't staatse schip dat droeg hun baat, hun buit...
De wind der vrijheid woei: geloofd zij God,
dat ik mocht stappen in zijn groot geluid!

Wies MOENS
(uit 'Het Spoor', 1944)
---------------------------------------------

Was ons verzet om niet, -- verloren gaat
de schone kracht die 't wekte, nimmermeer!
Een stroom werd losgewoeld, die zwelt al-voort,
aan roering innend, winnend aan geweld
dat niets ten langen leste toomt of stuit.
Dit fier geloof houdt op hun tredgang in
den kerkermolen duizend mannen kloek;
en die, verguisd als zij, aan vreemden dis
zich nederzetten, richten 't hoofd omhoog,
daar eendre zekerheid hun hart verheft.
Nog raast en daast verblinde volk, verwijt
de trouwen voor verraders, telkens weer.
Zijn blindheid duurt niet làng. Wanneer de tijd
zich wendt (wat snel gebeurt), voorbij de roes
der ketterjacht zal zijn, der Geuzenjacht,
ziet het, beschaamd, de waarheid in 't gezicht:
dat zij die joegen, waren 't boze wild
van rechtverbijters, azers op zijn bloed,
wijl de gejaagden staan in 't witte licht
als zuivre minnaars van zijn echtste goed.

Wies MOENS
(uit 'Het Spoor', 1944)
---------------------------------------------

De slechte staat
---------------------------------------------
(terugdenkend aan René De Clercq)

Reeds kan, reeds lang ligt deze staat,
gekweld door eindeloze kwalen,
en door de roofzucht van de Walen,
te lijden aan de ziekte van de haat.

Haat met vervalsing en geweld,
door onze bron, de oude Nederlanden
te scheuren met baldadige handen
ten dienste van een Frans bestel:

dé rover sedert vele eeuwen,
die d'oude Dietse taal van duizend jaar
als erfvijand bedreigt. Maar leeuwen
wapperen weer, gedragen door een schaar

van dappere getrouwen, die de heren van de haat
en van 't geweld naar ondergang geleiden,
zónder steun van d'Europese technocraat!
Zij zullen volk en land weldra bevrijden!

De vrijheid komt wel zeker, maar de geesten
van 't misleide en bedrogen volk
zijn nog niet klaar. Een Nederlandse tolk
moet helderheid en waarheid 't meest

aan velen schenken. Het échte weten
doet de zieke, slechte staat,
met verachting, zonder eigenbaat,
in zielige dood totaal vergeten!

Zo zullen Vlaanderen én het hele Nederland
ten slotte zegevieren en eigen toekomst
voor de Lage Landen aan de Noordzee-rand
voor eeuwen bouwen en onaangerand!

Erik VERSTRAETE
(Guldensporenfeest, 11 hooimaand 2008)
---------------------------------------------

maandag 3 november 2008

De doden léven


Allerheiligen en Allerzielen: twee oude bezinningsdagen die ons op de weg naar het leven na de dood, naar het "hiernamaals" verplaatsen. Die wonderlijke dagen zijn nu voorbij, maar de hele maand november is een dodenmaand. Ooit werd ze "slachtmaand" genoemd door boeren en veehouders, wegens het slachten van het vee. De diepere betekenis van het herdenken van dode familieleden, vrienden en geestverwanten staat haaks op het slaafse materialisme van deze onzalige tijd! Toch is de oude traditie van het bezoek aan de graven van dierbare overledenen nog springlevend! Het is een wonderlijk verschijnsel dat zo veel mensen op die eerste twee november dagen piëteitsvol en soms met duidelijke overtuiging, maar onwennig en wat haastig, een bezoek brengen aan de graven van hun geliefde en soms hevig betreurde doden. Zij allen dragen in de arm een bloempot met chrysanten, soms met andere bloemen, soms een tuiltje of een krans van verschillende soorten bloemen. Dit in stand houden van de oude verering van geliefde of bewonderde doden is in feite veel ouder dan de katholiek-christelijke traditie. De voorouders hebben bij alle volkeren en culturen over de hele wereld altijd een soort magische betovering opgewekt. Egyptenaren, Grieken, Romeinen, Kelten en Germanen vereerden en koesterden hun doden. Met het nodige eerbetoon nemen de christenen afscheid in een Eucharistieviering, al dan niet toepasselijk opgeluisterd met liederen, muziekstukken, gedichten en toespraken, die nadien ook bij het graf worden voortgezet. Maar ook ongelovige, "heidense" en cultuurbewuste mensen eren veelal nadrukkelijk hun doden én hun voorouders. Voor hén geldt, evenals voor alle anderen, het aangrijpende gedicht van Ward Hermans: "Unheimlich ist die Kraft der Toten. Sie tragen die Völker, die Erde..."

Soldaten en andere strijders voor onze volkse, Vlaamse en in wezen Nederlandse zaak, wekken tijdens hun uitvaartdienst soms intense ontroering op als hun "oude" afscheids- en treurliederen worden gezongen. Bij ons, Vlamingen en bij sommige Duitsers weerklinkt af en toe nog het droevige lied "Ik had een wapenbroeder", naar het lied "Ich hatt' nen Kameraden..." van Ludwig Uhland. Ook mooi, maar echt versleten zijn bij ons "Blijf mij nabij" en "Vaarwel, mijn broeder". Naar mijn mening moet een -christelijke en/of volksverbonden- uitvaart de grootheid en de levenwekkende kracht van onze voormannen, dichters, kunstenaars, militanten -de niet erkende en verdrongen elite van ons Nederlandse volk dus- nadrukkelijk oproepen. Ik denk daarbij aan de vier overleden vrienden en geestverwanten die Wies Moens herdacht: Dr. Jan-Oscar De Gruyter (1885-1929), in 1934 in het De Gruyter-Gedenkboek; Lodewijk Dosfel (1881-1925), in een gedenkrede bij de onthulling van zijn grafmonument in september 1935; Karel van den Oever (1879-1926), in een opstel, in "Dietbrand", tien jaar na zijn overlijden en ten slotte die eerste Dietse dichter bij uitstek, René De Clercq (1877-1932), in een lezing te Mechelen en te Amsterdam, bij de zestigste herdenking (op 14 november 1937) van zijn geboorte. Voor Moens waren deze doden ten volle levenden, door het voortbestaan van hun geest én door de grote uitstraling van hun -dichterlijk-artistieke inzet voor de volkse, Dietse zaak! Hij bundelde deze vier aangrijpende herdenkingen in het boek "De doden leven", uitgegeven in 1938 door De Phalanx in Brussel en de Amsterdamsche Keurkamer. Lezers van deze weblog kunnen die tekst vinden in "Proza II" van Wies Moens (1970).

Ik wil deze benadering van het grootste van alle filosofische, religieuze, artistieke en humane thema's, de dood, besluiten met het mooiste gedicht daaraan gewijd, het is ook een herfstgedicht van de grootste moderne Duitstalige dichter, Rainer Maria Rilke (1875-1926). De dood -volgens Ernest van der Hallen ook "een vriend, een wonder man"- is in deze zo herfstelijk- zangerige verzen subtiel aanwezig:

H E R B S T
--------------------------
Die Blätter fallen, fallen wie von weit,
als welkten in den Himmeln ferne Gärten.
Sie fallen mit verneinender Gebärde.
Wir alle fallen.
Diese Hand da fällt
und sieh dir die andere an,
es ist in allen.
Und doch ist Einer
welcher dieses Fallen
unendlich sanft in Seinen Händen hällt.

woensdag 29 oktober 2008

Wim Maes wekte postuum ontroering en kameraadschap


Er zijn maar heel weinig Vlaams-nationale of Dietse voormannen of leiders, die, naast bezielende dichters als Rodenbach, Verschaeve, Wies Moens en Anton van Wilderode, ook in deze - geest- en cultuurloze - tijd nog ontroering én echte volksverbondenheid en kameraadschap kunnen opwekken. Twee van hen, Karel Dillen en Wim Maes, muntten daarin uit. Nam een eivolle Antwerpse kathedraal in de eerste meidagen van vorig jaar ontroerd en heel bewogen afscheid van de stichter en voorzitter van het Vlaams Blok-Vlaams Belang (de allereerste naam in 1977-'78 was "Vlaams-Nationale Partij"/ VNP), dan bracht Voorpost op zondag 12 oktober jl. een, zij het heel wat kleinere, groep van oud-gedienden, vrienden en sympathisanten samen in Brasschaat, waar de onvergetelijke VMO-leider Wim Maes 40 jaar geleden - op 3 oktober 1968 - veel te vroeg overleed. Voor de doorbraak van het Vlaamse - ook volks-Dietse - nationalisme waren Wim Maes en zijn "mannekes" gewoon onmisbaar. Voor de groei van de Volksunie, voor betogingen en protest-acties, o.a. tegen de Franse preken in twee Antwerpse kerken, aan de verfransende, "Vlaamse" Noordzeekust, in de Voer, tijdens de - vergeleken met nu "heroïsche" - Marsen op Brussel en bij tientallen andere gelegenheden waren de VMO-militanten van Wim Maes onmisbaar. Zij voerden uit wat Cyriel Verschaeve al in de jaren 1930 vooropstelde: een durvende en overtuigde militie te zijn, die congressen, landdagen en betogingen daadwerkelijk wist te beschermen! Over de Wim Maes-herdenking van Voorpost, in feite de opvolger van de VMO van Wim Maes, Bob Maes en Bert Eriksson, heeft mijn jonge kameraad en Voorpost-militant Björn Roose, reeds ruime aandacht besteed op zijn weblog, "Geen Björn Roose zonder doornen". Ikzelf wil me hier beperken tot de drie gedichten van weerbaarheid en ontroering, die ik, op verzoek van Voorpost-actieleider Luc Vermeulen aan het graf van Wim Maes en in de gemeentelijke school heb voorgedragen. Uit onze betere volksverbonden en nationalistische lyriek gekozen, zijn het mooie gedichten die beklijven en die de lezers van mijn blog wel eens kunnen bewaren. Ik geef er een kleine toelichting bij, want overal in het "Vlaamse" onderwijs, middelbaar én universitair, zijn gedichten als deze gebannen, om de bekende redenen.

Het eerste gedicht dat ik aan het graf voordroeg is er één van onze "oude" vriend Jos Vinks, één van onze beste dichters, weemoedig, strijdbaar-nationalistisch én ook erotisch in de betere zin van het woord. Jos Vinks, die een deel van zijn vroegere poëzie onder schuilnaam "Jos Dierickx" schreef, was een romanticus en een melancholicus, zoals Karel van de Woestijne, Alice Nahon en Blanka Gyselen. Op de morgen van het schokkende bericht van Wim Maes geheel onverwachte door - door een hartstilstand, gevolg van betwistingen met de VU-top rond zijn VMO?- schreef Jos dit aangrijpend In Memoriam, zéér realistisch en vanuit een diep meevoelen:

In Memoriam Wim Maes
--------------------------------------
De morgen werd paars toen 't bericht werd gesproken;
de stemmen der mannen werden hees van de smart
en in d' ogen der vrouwen zijn tranen ontloken:
de rouw der eenvoudigen greep recht naar het hart.

Er was geen ijdel gebaar in dit leven,
geen kleurige zeepbel van sierlijke schijn.
De zilveren trouw, in het wapen geschreven,
trok doorheen dit leven één onbuigzame lijn.

Onder 't brandende lover, onder ruisende regen
is Vlaanderen zijn laatste tocht meegegaan.
Treedt vrijheid eens aan uit het uur onzer zege,
dan zal blinkend zijn naam op de vlaggen staan!

Jos DIERICKX
----------------------------------------------------------------------------

Een andere, volksnationalistische dichter, Roni Ranke uit Oost-Vlaanderen, legt de nadruk op het onschatbare van het bruuske verlies van deze voorman:

In Memoriam Wim Maes
---------------------------------------
Spaar ons de bloei der paarse asters en krysanten,
die Vlaanderen zo vaak troosteloze tijding heeft gebracht;
de jagers slaan de zomer dood: - val der fazanten,
betoverend symbool dat ondergaat in nevelvuil en nacht.

De dorpse huizen hokken in het huiv'ringwekkend duister
maar torens uitgezet als wachten geven luid de boodschap door:
"Hém strekte blinde liefde voor zijn Volk tot luister,
verdrukt gaf hij de drang der schone wederspannigheid gehoor!"

Reeds arm aan leiders, voorman, 'u nog moeten missen
de bloesemende voorspoed wordt in Vlaand'rens boomgaard ruw geschaad:
wie zal na u de lijm van onze veren wissen,
het afgewezen kruit opnieuw bestemmen voor de buks der daad?

Er zal voor u geen plaats zijn onder d'eigen groten,
gij stondt daarvoor als geus te eenzaam en te koppig aan de boeg; -
het blijft nog lang een tocht van dobberende boten,
weerom verloor de vloot een onverschrokken kapitein te vroeg!

Roni RANKE
-------------------------------------------------------------------------------------------------

dinsdag 7 oktober 2008

De volks-Dietse verwachting van dichter Jos Vinks


De mooie en zinvolle oude volksnamen - het meest en het eerst door Guido Gezelle opnieuw gebruikt - voor oktober als de maand van het zaaien en van de druiven- of wijnoogst, voeren me terug naar één van onze weemoedige én strijdbaar volks-Dietse dichters: Jos Vinks. Van hem, oude vriend, medestichter én voorzitter van onze Vereniging van Vlaams-Nationale Auteurs (VVNA) op het eind van zijn leven tot aan zijn dood (2000), zal ik volgende zondag, de twaalfde van de melancholische oktobermaand, op de Voorpost-herdenking van dé idealistische militantenleider bij uitstek, Wim Maes, het gedicht "In Memoriam Wim Maes" voordragen. Veel te vroeg, op 3 oktober 1968, overleed deze onvervangbare leider in Brasschaat. De vorige aflevering van mijn Utopia-weblog, was al aan Wim Maes gewijd, bij wijze van aankondiging van de Voorpost-herdenking in Brasschaat. - Het ideaal van Wim Maes en van zijn "mannekes" was ook dat van verscheidene nationalistische poëten. De jongste tijd lijken we er steeds dichterbij te komen. Onze verwachting groeit! - In die geest druk ik hier de vier laatste gedichten af, samengebracht onder de titel "Verwachting" in Jos Vinckx' bundel "Wapen en Woord", in de latere versie van de eerste reeks "Verzamelde Gedichten" (De Roerdomp, Brecht, 1984):

VERWACHTING
--------------------------
Dit is de stilte, Volk, v'o'or dat de stormen
de dijken breken van uw kalme stroom.
Nog klemt het dwangbuis u der oude vormen
dich reeds rijst 't wassend water van uw droom...

De blonde morgen wenkt zoals het koren
waarin de vlmgloed der papavers slaat.
Uit kelders van de nacht stijgt gij, herboren
en breekt de ketens van een oude staat.

Reeds groeit in 't paarse licht het zeker teken:
het eenzaam goud van een ontplooide vlag.
Zijn bliksem zal de wolken openbreken
tot 't helder vuur van uw bevrijdingsdag.
--------------------------------------------------------------------------

Ik hoor de nachtegalen van uw zomers zingen
in gouden stilten die gij openstiet,
Volk, dat nu oprijst uit herinneringen
en in de broze klanken van dit lied:

'uw lied, dat op de avondwind gedragen
opstijgt, over de tuinen van april,
over de lege velden en de hagen
tot in de huizen, laag en winterstil,

wekkend het heimwee naar de zomerdagen
en naar een land, goud in de middagzon;
een lied dat stierf in onze nederlagen
doch dat in onze kinderen heregon,

helder herhaald: een echo onzer dromen,
stem van ons bloed en richtsnoer in de strijd,
doorademd lied, waar in elkander stromen
mijn liefde, Volk - en uwe eeuwigheid.
-------------------------------------------------------------------------------

Is dit uw late herfst, het broze licht der dagen,
de paarse morgen als een vreemd gelaat,
of is het lente, volk: een teer en zoet behagen
dat in de schaduw van een grote zomer staat?

Is dit 't bevrijden uit de stramme stilten,
breekt lente op uw boom de knop tot blad,
tot bloesem open? Treedt gij uit de kilte
waarin het lamerduister u omsloten had?

Of is dit 't grote waaien, dat de zomers
onttakelend, door grauwe luchten drijft?
Is dit het smalle vuur dat brandt in winterkamers,
het schraal bezit dat ons als enig teken blijft?

Of geurt de lente reeds in 't groen der bomen
en is de bleke zon haar glimlach aan de wand?
- Dit is uw antwoord, volk: 'k wil van mijn vrijheid dromen
en van uw zomer, Nederland;
-----------------------------------------------------------------------------------

Ik heb om jou gevochten, land der vaadren,
ik heb geleden, in lichaam en in ziel.
Jouw toekomst bleef de mijne elke dag omkaadren
ook nog toen naast mij 'n vriend al stervend viel.

Ik om jou geleden in de bittre nachten
en 'k hoorde nog je stem, je lied: herinnering
tot in de cel met 't bittre en lange wachten:
droom van een vrijheid die ik tot het eind bezing....
-------------------------------------------------------------------------------------

Wegens zijn inzet "
aan de verkeerde kant" en meer nog wegens zijn volkse,Vlaamse en Nederlandse nationalisme, is Jos Vinks, één van onze betere dichters, tijdens zijn leven nooit naar waarde erkend, noch gewaardeerd of bekroond geweest. Hij verdiende beter!

dinsdag 16 september 2008

Herfst stemt tot inkeer en herdenken: Wim Maes en Doel...


De herfst klopt - regenend, waaiend en duisterend - aan deuren en vensters: "officieel" begint hij op zondag 21 september, maar deze meteorologische datum stemt niet overeen met ons "herfst-" of "najaarsgevoel", dat met verbondenheid met de natuur te maken heeft. Natuurverbonden mensen, boeren en dichters voelen, horen, ruiken en zien de naderende herfst. Voor vele mensen is de herfst een soort van intrede tot het behaaglijke winterseizoen, met brandend haardvuur en gezellige familiefeesten: Kerstmis (Joel) en Oudejaar-Nieuwjaar. Maar lang niet voor allen, zeker niet voor de echte armen, wier miserie nooit ophoudt. Voor de Vlaamse Beweging, onze ontvoogding en de lange doodsstrijd van het zieke België zou je het bevrijdende, ultieme einde hopen, wensen en verwachten, maar met deze groep halfslachtige "Belgisch-Vlaamse" regeerders, gaan we ons weer eens vervelen bij eindeloze pogingen en mislukkingen. Het zal worden, zoals onze vriend Bert Eriksson ooit zei: "Vlaanderen zal niet vrij worden door toedoen van "zijn" regeerders, maar door de inzet van zijn dolle idealisten!" De naam Eriksson voert me naar dé eerste, zo eenvoudige, beminnelijke en geëerbiedigde leider van de VMO (Vlaamse Militanten Orde), Wim Maes, die zo hartstochtelijk zijn land en volk beminde en van de strijd tot het uiterste voor onze Vlaamse, Dietse zaak overtuigd was. Véél te vroeg, wellicht door té felle spanning bij conflicten en onenigheden, overleed Wim 's nachts en geheel onverwachts, op 3 oktober 1968, aan een hartaanval, bij het aanbreken van de herfst. Hij was pas 43 jaar oud! Tijdens de voorbije IJzerwake heb ik hem herdacht met het volgende gedicht van mijn - acht jaar geleden, in 2000 - overleden collega-dichter en nationalistische auteur en strijder, Jos Vinks. Ik zal het gedicht voordragen op zondag 12 oktober in Brasschaat, waar de leider in zijn woning overleed. Dit tijdens de Voorpost-herdenking van de onvergetelijke VMO-leider. Ik druk hierbij het volledige gedicht af:

In Memoriam Wim Maes
-------------------------------------
De morgen werd paars toen 't bericht werd gesproken;
de stemmen der mannen werden hees van de smart
en in d'ogen der vrouwen zijn tranen ontloken:
de rouw der eenvoudigen greep recht naar het hart.

Er was geen ijdel gebaar in dit leven,
geen kleurige zeepbel van sierlijke schijn.
De zilvere trouw, in het wapen geschreven
trok doorhéén dit leven één onbuigzame lijn.

Onder 't brandende lover, onder ruisende regen
is Vlaanderen zijn laatste tocht meegegaan.
Treedt vrijheid eens aan uit het uur onzer zege,
dan zal blinkend zijn naam op de vlaggen staan!

Jos Vinks

En inderdaad, zoals het gedicht zegt: de rouw, de smart, de ontsteltenis bij het vernemen van de geheel onverwachte dood van deze nog jonge voorman, was overweldigend. De begrafenis in Brasschaat werd door duizenden bijgewoond. Het verlies van een idealistisch militantenleider van zijn formaat was onherstelbaar. Om de verachte staat de doodsteek te geven, zijn leiders van zijn formaat nodig, en geen huichelachtige eerste communiekanten als ene Kris Peeters, die eerder aandacht besteedt aan het slopen van het idyllische Scheldedorpje Doel en aan het verjagen van zijn bewoners dan aan het niet meer te vermijden "verlaten" van de vijandige Belgische staat!

Aan Doel, dat nu - geheel ten onrechte en zonder enige "praktische" noodzaak voor de "heilige" haven - moet wijken, zal ik de volgende dagen of weken nog aandacht besteden. Een VMO mét een leider als Wim Maes, "omme 't land te bescermene" zou daar nu voor echt verweer kunnen zorgen. Maar hier geldt weer het bitter woord van Berten Rodenbach: "De gilden zijn voorbij, en Vlaanderen heel gans..."

woensdag 3 september 2008

Een theatrale herinnering: "Sneyssens" van Rodenbach!


Deze dagen dragen de altijd weer toekomstgerichte sfeer van nieuwsgierigheid, hoop op en geloof in de wijde, nog onoverzichtelijke ruimte van een nieuw schooljaar voor honderdduizenden kinderen en jongeren. Mij, als ouder wordende opa - met overtuiging meevoelend en meelevend met mijn twee kornuiten in de - kunstzinnige - Rudolf Steinerschool in Brasschaat, komen geuren en kleuren, leraars, dingen, liederen en gedichten uit mijn verre schooltijd, vijftig tot zestig (!) jaar geleden uit de geest van herinnering tegemoet "gewaaid". Wat mij steeds het meest heeft bekoord en is bijgebleven, zijn, naast de mooiste gedichten uit mijn Grieks-Latijnse ("Oude") humaniora bij de Jezuïeten van het Onze-Lieve-Vrouwe-college aan de Antwerpse Frankrijklei (en Rubenslei), de romantische liederen die wij thuis zongen - vader speelde piano en moeder zong daarbij met een warme altstem -, vooral Vlaamse (Peter Benoit: "Mijn Moederspraak" en de "Van Rijswijckmars") en Duitse: Schubert, Schumann, Mozart...

Sterker nog komen mij dezer dagen vele gedichten van Gezelle én van Rodenbach, naast vele andere uiteraard, voor de geest. In mijn ouderlijk huis in Mortsel leerde ik meer van en over Gezelle en Rodenbach dan op school... Zo kende mijn vader enkele lange Gezelle-gedichten uit het hoofd: "
Pachthofschilderinge" en "Boerke Naas" bijvoorbeeld, die hij als het ware (op het toneel) "speelde". Mijn moeder hield van enkele grote episch-heroïsche en dramatische stukken van de geniale Albrecht (Berten) Rodenbach. Van dit zeer onvoldragen talent - de hoogstudent in Leuven stierf in juni 1880, nog geen 24 jaar oud! - droeg zij, vurig en wat theatraal ook, meest van al "Fierheid" ("Sinds lang bevocht de grave Gent, de vrije stede...") en het, door vader, mezelf en mijn zusters, mede luid "voorgedragen" indrukwekkend, dramatisch tafereel van de 15de-eeuwse, Gentse vaandrig "Sneyssens"! Onvergetelijk...

Nu er zoveel - vooral theoretische en "
officiële" aandacht is voor het Vlaamse - dus Nederlandse, Dietse - erfgoed, moeten bloemlezers en literatuur-leraars - als er nog weinig zijn, moeten er nieuwe komen! - opnieuw de grootheid en de schoonheid van onze oudere, Middelnederlandse, 17de eeuwse en romantische (19de- en 20ste-eeuwse) dichters ontdekken. Dat is opvoeding tot de echte Vlaamse, beter nog Nederlandse, volks-nationale fierheid!

Lees en, voordrachtkunstenaars!, tracht - dramatisch-bewogen en toch beheerst - dit zo plastische "
historie-beeld" voor te dragen. Het is sombere woordpracht, barokke schildering van een gruwelijk gebeuren in de 14de eeuw!

SNEYSSENS
---------------------
Afgrijselik! In den valen sching(1) van 't zwartgestreepte westen
en onder donkeren, vlagenzwangeren hemel
ijlt wanhopig een vlucht voorbij en jagend achtervolgen
en noodgehuil en zegekreet en staalklang
verdoven klacht en rochel der gesmeierde(2) gewonden.
O wanhoop! Deze vlucht waae stalen ruiters
in kerven, het is Gent dat vlucht, der vrijheid laatste hope!
Het zwaait een hand de Gentse Klaauwaardsvane,
het roept een stemme door 't gehuil: "
Wie helpt de goede poorters hun vrouwen en hun kinders wederzien? Gent! Al die meêdoen hier! Gent, Gent!" De vlucht splijt rond een molen,
die reuzig spook in 't wordend donker rijst,
golft ijlend links en rechts voorbij. De ruiters stormen. Dol,
blind, ijselik botsen zij op vijftig speren.
Tien peerden storten. Steigerend woelt de schare. Razend krielt
een worsteling rondom den molenwal.
Uitzinnig sert die wederstand de zegedronken ruiters.
Door 't blixemen van zijn gonzend zweerd omgeven,
almachtig staaft de vaanderik van Gent den wederstand,
en kerft en kerft, en peerd en peerdegast
stort neêr. De lijkenstapelen in het rond hoop over hoop.
Maar overmacht verplettert heldenmoed.
En op een bloedigen lijkenwal daar staat in 't vale tweelicht
de vaandrik aleen en blixemt voorts,
pal. "
Geeft u over" schreeuwt men. "Gent" juicht hij en splijt een ruiter.
Het hagel weerden op hem. "
Geeft u over!"
- "
Gent" juicht hij en zijn weêrlicht snijdt drie ruiters door den stormhoed,
en steigerend wijkt de stormloop.Huiverend schudt
de vaandrik zijne linker hand. Zij valt. Een bloedstraal speerst.
Maar bloedig sluit zijn arm 't gescheurde vaandel.
"
Geeft over" schreeuwt men. "Gent" huilt hij, en bleek en zwijmelend staat hij
in 't bloedig wederlichten van zijn zweerd,
afgrijselik schoon. Een nieuwe storm behagelt hem met zweerden,
maar wijkt gekneusd en steigerend terug.
"
Geeft over" schreeuwt men. "Gent" huilt en zwaait een bloedige scherve,
maar stort doorkorven op den lijkenhoop.
"
Geeft over" schreeuwt men. "Gent" zucht hij en wanhopig zich rechtend
kwetst hij een ruiter met des vaandels punt,
bezwijmt en zieltoogt, krampachtig des vaandels flarden grijpend,
zucht nog eens "
Gent", spuigt bloed en sterft. En sidderend,
de zweerden neder, stik en stom bewonderen hem de ruiters.
De vlucht verdwijnt in 't donkeren van de verte -
Ei! Kynegyros, ween van spijt, en werp uw kroon naar Sneyssens!

Albrecht Rodenbach

Lezers die dit, wel enigszins zwaar-op-de-handse, plastisch-barokke historie-tafereel niet kennen, zullengemakkelijk het woord "
bombast" in de mond nemen. Maar dit stuk dramatische epiek is veeleer romantisch, gedragen door de visionaire geest en woordkracht van het jonge genie dat Rodenbach was. Al is dit felle gedicht, dat Rodenbachs hang naar en talent voor het drama(rische) weergeeft, niet van het beste dat hij, de "früh-Vollendete" (in juni 1880 overleden, na een val in koud vijverwater, nog geen 24 jaar oud!), toch is het een zeldzame ode aan de dapperheid, zo schaars in het verweer van de Vlamingen tegen onrechtvaardige machthebbers. In dit geval: dedoor de overmacht van de ruiterij van de Bourgondische hertog Filip de Goede, verpletterde weerstand van de Gentse poorters in april 1452... bij Merelbeke (in de buurt van Gent).

Het beroemde woord uit Rodenbachs "
Fierheid" krijgt hier een uitzonderlijke gestalte: "Waar is der ouderen fierheid nu gevaren"... Maar al te lang waar voor de Vlamingen en voor de - brave- Vlaamse beweging.

(Noot van de "
zetter": afbeelding boven is een tafereel uit de slag bij Marathon, waar de Grieken de Perzen de beslissende slag toebrachten in de Eerste Perzische Oorlog en ze zo verhinderden Griekenland bij Perzië te voegen, en Kynegyros, broer van Aischylos, het leven verloor.)
Borms Van Severen Van Wilderode Verschaeve Dietsland