web.jpg)
BALLADE VAN DE IJZERBEDEVAART
--------------------------------------------------------
I Ooit gaf de stoute strijd aan 't IJzerfront
aan dit ontzielde volk een klein geweten.
Door 't offer van de ridders-frontsoldaten vond
een kleine schaar de weg naar het verlaten veld.
De staatse haat ontstak een broeihaard van geweld.
Een bedevaart deed stap voor stap belijden
de Dietse eigenheid die in de storm der tijden
werd neergedrukt, misvormd en uitgeteld.
Toen kreeg die kleine kern een goed gezag
van volksgetrouwen, die zich schaarden
aan de zijde van de kleinen, de gewijden
door eenvoud en verdriet. Dat waren àndere tijden.
II. Maar weer bleek 't lot 't arm Vlaanderen niet genegen.
Ten tweeden male leidde een wereldbrand
de besten van ons volk weer op verdeelde wegen.
De staat keek grijnzend toe en greep de kans
om volkscultuur en eigenheid te slaan,
te wurgen in zinnebeeld en trouw aan idealen.
De zuivere toren mocht niet blijven staan.
Hij moest en zou de harde tol betalen,
die de vijandige staat weer eisen dierf
van 't lam geslagen en verscheurde volk.
Geen toren kan bij nacht de haat weerstaan:
de daders konden ongestraft hun gangen gaan.
III Voor 't zuidelijk Nederland rees zwart de tijd:
zijn "Zwartboek" schreef Wies Moens, heen ging Verschaeve,
monddood werd 't Dietse Vlaanderen, wijl de staatse nijd
de trouwen nedersloeg. Maar als een goddelijke gave,
in nood en fel verweer, stond weer een kleine schaar
voor nieuwe arbeid klaar: de toren moest herrijzen.
Trots en verbeten stonden, wist Van Wilderode,
Vlaanderens vendels, van nieuwe tijd voorbode.
De bedevaarten brachten velen op de been.
Volk en leiders gingen eindelijk beseffen
de echte nood van 't land en steen na steen
herrees de ranke toren en niemand zou verheffen
een stem van onbegrip. Geen wanklank viel te horen.
Alleen nog geestbederf kon deze opgang storen.
Ontrouw en eigenbaat tastten toch "leiders" aan.
Het volk, verward, kon geen bedrog verstaan.
't Vergif was uitgestrooid door eigen "leiders".
De harde tweespalt viel niet meer 't ontwijken.
Wie zorgt voortaan voor schoonheid en voor volkse trouw?
Een nieuwe, Dietse kern zal waken en herijken!








