
Hoogtepunt werd, om 16.30 u. -spijts de hitte- een grote studentencantus van drie nationalistische studentengilden: het KVHV, de NSV (Nationalistische Studentenvereniging) en de NJSV (Nationalistische Jongstudentenvereniging). Voor oud-studenten en andere zanglustigen hartverwarmend! In volle vrijheid en los van brutale inmenging van de stad Antwerpen, zoals in 1920, kunnen we nu bogen op radicaal-volkse, Vlaams-nationalistische en Dietse vieringen.
Geheel anders was het in de 19de eeuw, toen letterkundigen, onderzoekers en dichters, schoorvoetend een Vlaamsgezinde én -na de onwettige muiterij van 1830 die tot de jammerlijke afscheuring van ons Verenigd Koninrijk der Nederlanden leidde -ook orangistische, Heel-Nederlandse stem lieten horen: de literatuurvorsers en ontdekkers van oude schatten, zoals volksliederen, epiek en lyriek: Jan Frans Willems, Ferdinand Augustijn Snellaert, Prudens van Duyse, Johan Alfried de Laet, Blommaert, Ledeganck e.a. De bekendste, dichterlijke wegbereider voor onze ontvoogding, vóór Verriest en Rodenbach, ook in journalistieke geschriften, blijft Guido Gezelle (1830-1899). Na Hendrik Conscience, in diens "De Leeuw van Vlaenderen" (1837), evoceerde hij, in zes gedichten, "Groeninge'ns grootheid of de slag der Guldene Sporen". Dat deed hij in 1894. Het bekendste van deze strijdvaardige, in wezen nationalistische, gedichten, zingen we jaarlijks méér dan eens, op de krachtige muziek van Jef Van Hoof en onder de titel "Groeninge": Het vlaamsche heer staat immer pal,/ daar 't winnen of daar 't sterven zal:/ alhier, aldaar, aan lange lansen,/ de leeuwen dansen." Ik ga niet verder, want iedereen kent de tekst door het lied. Met sarcastisch genoegen, vrij ongewoon voor hem, beschrijft Gezelle het gevecht zelf: "Harop! De goedendag/ slaat! slaat!/ Harop! den goeden slag/ slaat! slaat!// Ruimt bane, eer, op/ uw' vuile schansen,/ den doodendans/ de leeuwen dansen!// Harop! Den goeden slag/ slaat! slaat!/ Harop! de goedendag/ slaat! slaat!// Door hooge en leege/ en liên en lansen,/ den zegedans, den zegedans/ de leeuwen dansen!// Harop! Den - goeden - dag!" De brave, maar eigenzinnige en hoogbegaafde taalkenner en flamingant besloot zijn vijfde gedicht met triomfantelijk genoegen: "De peerdehoeven staan in 't zand,/ te Leyewaard gedreven;/ maar keerwijs om, naar 't zuiderland,/ geen twee, geen één op zeven; ter Vlamingvaart zoo wilde elkeen:/ ze gingen al, 't en keerde geen!"
Het Consciencepleintje kleurde op 11 juli wel geel van de leeuwenvlaggen, maar, spijts de Dietse accenten, viel er geen enkele orane-blanje-bleu-vlag te bespeuren...
web.jpg)







