vrijdag 30 oktober 2009

"Unheimlich ist die Kraft der Toten..." (Ward Hermans)


Diegenen die er zich nog enigszins van bewust zijn, staan voor een waardevolle, christelijk-Europese traditie rond twee oude, kerkelijke hoogdagen: Allerheiligen (1 november) en Allerzielen (2 november). Voor de meeste Vlamingen (van oorsprong katholieke Zuid-Nederlanders) betekenen die dagen droevige en soms mooie herinneringen aan dierbare, soms onmisbare overledenen, die de grote grens hebben overschreden... Het zijn dus dagen vervuld van herfstelijke weemoed, die hen ertoe noopt weer eens naar de graven, met kruisen, zerken of slechts urnen, waarop zij nog de namen lezen van ouders, of grootouders, broers, zusters, geliefden, vrienden of zelfs (eigen) kinderen, te gaan. In de Europese literatuur zijn er ontelbaar veel gedichten, naast prozawerken geschreven over al die ontelbare doden, van wie wij - blijven - hopen en geloven dat zij in een verdere, betere en zeker mooiere wereld van liefde en schoonheid zijn beland. De verschrikkingen, de onvoorstelbare gruwelen en het oneindige lijden van Dantes "Inferno" (de "christelijke" hel) liggen wel ver achter ons, zij het ontelbare keren bedicht, bezongen, geschilderd of gebeeldhouwd, maar ons voorstellingsvermogen, onze verbeelding is, evenals ons geloof, té zwak om een ànder, aanvaardbaarder beeld te creëren...

Laten we dus trouw blijven aan de voorouderlijke, niet enkel christelijke, maar ook voor-christelijke, Germaans-Keltische verering van onze doden, die alleszins verder leven en zelfs kunnen inwerken op ons beperkte aardse bestaan. Denk maar aan het grootse gedicht van Ward Hermans, door de officiëlen en (politiek)-correcten verketterd, maar door iemand als Willem Elsschot geprezen: "Unheimlich ist die Kraft der Toten. Sie tragen die Völker, die Erde. Im sterben sind sie noch immer im werden..." Persoonlijk bezoek ik, vergezeld door vrouw - en soms ook door mijn dochter - drie kerkhoven: twee in het Antwerpse, in Mortsel en Edegem, en één in het kleine dorpje Puivelde (bij Belsele) in het Land van Waas. (Dat van Anton van Wilderode en van zijn twee broers, Filemon en Jozef, bezoek ik tijdens de zomerse herdenkingen van de dichter, maar natuurlijk niet als een belgische premier daar het woord voert...!) Mijn ouders, Pol(ydoor) Verstraete, uit het Meetjeslandse Ursel maar wegens Vlaamsgezindheid in Mortsel (nu een stad...) terechtgekomen in 1934, en Bertha De Meester, uit Evergem (bij Gent), liggen begraven onder een zerk met AVV/VVK. In Edegem rust mijn neef, Koen Vanlaere, zoon van mijn zuster Godelieve en om het leven gekomen door een diepe val van een berghelling in Oostenrijk in 1978, nog geen twintig jaar oud. Zijn naam was "Koen" en dapper was hij, tot in het roekeloze en het noodlottige... Zijn moeder, Godelieve Verstraete, in Mortsel geboren in 1935, was mijn oudste zuster. Zij bezweek aan een slecht verzorgde suikerziekte (diabetes). In Puivelde (Belsele) ligt Frans Vanden Bossche begraven op een klein ommuurd kerkhofje. Hij had een moeilijk leven: hij moest kampen met tegenslagen en dwanggedachten.

Dit zijn familiale herinneringen die me soms terugvoeren naar de tijd "toen we allen samen waren" (meestal niet zonder hevige meningsverschillen en twisten...). Gewoontegetrouw besluit ik deze funeraire en persoonlijke beschouwing met enkele gedichten van mezelf. Het zijn drie kwatrijnen uit mijn jongste dichtbundel "Gebleven is de Adel" (2006), gewijd aan Allerheiligen, Allerzielen en vergankelijkheid/ winterse rust:

Allerheiligen
---------------------
De dag verdrinkt in mist en regen
herinnering en veel verzwegen.
Wij zwijgen ook weer bij een naam.
De bloemen zijn een kleine zegen.

Allerzielen
--------------------
Stil zijn uw handen, mijn moeder, mijn zuster.
Stil zijn uw handen, diep in 't gras.
Gij kunt nu slapen, dieper, geruster.
Uw ogen zijn van beloken was.

Alles vervloeit
----------------------
Alles vervloeit, sterft en vergaat.
De dagen verglijden in winter nu.
Ik weet daarboven je slapend gelaat,
stil en tevreden, in niets meer geschaad.

donderdag 15 oktober 2009

Volkse kunst in de branding


Op verzoek van Luc Vermeulen, ben ik op zondag 4 oktober (of: "wijnmaand", een andere volkse naam is: "zaadmaand") naar het Voor-Kempische Schilde getogen om, als Diets-nationalistisch dichter, dus allesbehalve "korrekt" (ook niet in mijn Nederlandse spelling), een tweetal van mijn recente gedichten voor te dragen tijdens de "Dag van de Volkse Kunst in onze ontvoogdingsstrijd". Dit was een initiatief van de nationalistische Aktiegroep Voorpost, een speerpunt in die strijd, onder het Heel-Nederlandse of Dietse oranje-blanje-bleu-vaandel! Het eerste, alleen in het nationalistisch-Gentse "Broederband" gepubliceerd, was intens anti-belgisch. Mijn titel: "De slechte staat". Bovenaan plaatste ik de beroemde verzen uit René De Clercqs (1877-1932) "De Noodhoorn", vóór 1930 (honderd jaar belgië...) geschreven. Een tweede gedicht, nog nergens gepubliceerd, schreef ik enkele jaren geleden, met als titel: "De Laatsten". Ik publiceer hier nu het eerste en volgende week het andere:

DE SLECHTE STAAT
-------------------------------------
"Wij Vlamingen, wij haten
den slechtsten staat der staten,
die 't beste volk geschonden heeft
en honderd jaar van leugens leeft!
"

René De Clercq
Reeds lang, reeds lang ligt deze staat,
gekweld door eindeloze kwalen
en door de roofzucht van de Walen
te lijden aan de ziekte van de haat.
Haat met vervalsing en geweld
door onze bron, de oude Nederlanden
te scheuren met baldadige handen
ten dienste van een Frans bestel:
dé rover sedert vele eeuwen,
die d' oude Dietse taal van duizend jaar
als erfvijand bedreigt. Maar leeuwen
wapperen weer, gedragen door een schaar
van dappere getrouwen, die de heren van de haat
en van 't geweld naar ondergang geleiden,
z'onder steun van d' Europese bureaukraat!
Zij zullen volk en land weldra bevrijden!
De vrijheid komt wel zeker, maar de geesten
van 't misleide en bedrogen volk
zijn nog klaar. Een Nederlandse tolk
moet helderheid en waarheid 't meest
aan velen schenken. Het échte weten
doet de zieke, slechte staat,
met verachting, zonder eigenbaat,
in zielige dood totaal vergeten!
Zo zullen Vlaanderen én het hele Nederland
ten slotte zegevieren en eigen toekomst
voor de Lage Landen aan de Noordzeerand
voor eeuwen bouwen en onaangerand!
(2008)

Met een kleine honderd deelnemers, gespreid over voor- en namiddag was de dag al een meevaller, terwijl de tentoonstelling van heel wat beeldhouwwerken, schilderijen, grafisch werk, kalligrafie en tekeningen, van kunstenaars als Gilbert De Corte, Maurits De Maertelaer, Stan Sluyts, Frederik Pas, Christina Schelfautn, Gunter Van den Eynde en Dieter Boel, naast boeken en gedichten van Aleidis Dierick en Erik Verstraete, er ook mocht zijn.

De namiddag was gewijd aan voordracht en (samen)zang. Naast de "utopist" van dit blog droeg de ervaren IJzerwake- en Zangfeest-presentatrice, Elke Heylen treffende bindteksten van dé nationalistische tekstschrijver Anton Aldi voor. Het Scheldekoor zong de longen uit zijn lijf, vurig geleid door Jan Fossey. De krachtige stemmen van Ward Van Hunskerken, Bart den Bard en Eric De Quick gaven een fors aksent aan het geheel. Orgelpunt van het gebeuren was zonder twijfel de slotrede van Anton Aldi (Mark Diependaele). Gevat, radikaal en écht ter zake was zijn toespraak, terwijl zijn "biotoop", toch "achter zijn schrijftafel ligt". Zijn scherpe uitval tegen de zelfverklaarde en politiek-korrekte "kunstenaars" zal beklijven en verdient veelvuldig te worden verspreid!

Ik haal er de hoofdaksenten uit. Van meetaf aan duidelijk, beantwoordde Aldi de vraag of het inderdaad zo is dat onze Vlaamse kunstenaars de ontvoogding van ons volk wezenlijk en positief hebben beïnvloed, met een grote "JA"! In drie concrete beschouwingen werkte hij die stelling uit. Zijn eerste gedachte gold de individuele invloed van kunstenaars op Vlaamse mensen. Hij nam zichzelf als voorbeeld: "Als ik hier vandaag voor u sta, dan is dat onmiskenbaar het gevolg van het feit dat ik van jongsaf aan - en dat is dan misschien het enige positieve dat ik van jongsaf aan de repressie heb overgehouden- via literatuur en muziek in kontakt ben gekomen met figuren die op mij een onuitwisbare indruk hebben gemaakt. Die mij sindsdien, onverminderd en telkens opnieuw zijn blijven inspireren. Figuren die van mij de Vlaming hebben gemaakt, die ik vandaag nog altijd ben. En dan denk ik aan Guido Gezelle, Hugo Verriest, Albrecht Rodenbach, Cyriel Verschaeve, Wies Moens, Marie Belpaire, Alice Nahon, Peter Benoit e.a., teveel om op te noemen. Die waren toen reeds, stuk voor stek, échte Vlaamse kulturele ambassadeurs."

Aldi verwees naar de sterke individuele invloed van veel van die kunstenaars via hun leraarschap: "Bepaalde scholen hadden terecht de reputatie echt flamingantische broeinesten te zijn. Denk maar aan de enorme én bewezen invloed, die Gezelle en Verriest op de jonge Rodenbach hebben gehad. Invloed, zonder dewelke de beruchte "Groote Stooringhe" in het klein-seminarie van Roeselare, NOOIT zou hebben plaatsgedad. Onze vroege kunstenaars", aldus Anton, "hebben bewust en doelgericht een brede, flamingantische dynamiek op gang gebracht, die, later aangevuld met een sociale dimensie, o.m. ook het succes van de Frontbeweging heeft bepaald en nadien, met vallen en opstaan, is uitgegroeid tot "De Vlaamse Beweging".

Voor zijn tweede beschouwing ging de spreker terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog, "toen voor veel Vlamingen de vrede was uitgebroken", zoals Anton van Wilderode het treffend verwoordde. "Want het was ook toen dat zowat elke kunstenaar er per definitie werd van verdacht flamingant te zijn, bijgevolg wel m'oest hebben gekollaboreerd en gezien zijn maatschappelijke status onvermijdelijk ook anderen tot collaboratie had aangezet. Die vermeende invloed werd door de belgische autoriteiten dermate groot ingeschat dat alleen de meest drakonische straffen werden voldoende ontradend geacht om daar eens en voorgoed een eind aan te maken. Anders gezegd, wat na de Eerste Wereldoorlog slechts ten dele was gelukt, MOEST en ZOU nu worden voltooid. Dat verklaart waarom er naar verhouding een zo groot aantal kunstenaars, hoewel vaak politiek niet eens aktief, kennis heeft gemaakt met de genadeloze anti-Vlaamse straatrepressie."Anton Aldi vergeleek dan het tragische lot van veel Vlaamse kunstenaars zonder meer "met het al even tragische lot, dat ook de dissidente kunstenaars in de voormalige Sovjet-Unie ooit was beschoren". En onze vriend ging verder met het slaan van nagels met koppen: "Niet ik, maar belgië zelf heeft reeds ten overvloede bewezen, hoe groot en hoe belangrijk de invloed van onze kunstenaars moet zijn geweest!"

Zijn derde en laatste beschouwing zou onder de verwaande neus van elk Vlaamsvijandig, "korrekt" pseudo-kunstenaar, "dichter" of "schrijver" moeten worden geduwd. Ik citeer één en ander, omdat het zó de moeite waard is: "De tijden zijn uiteraard veranderd. Vlaanderen heeft zich na de Tweede Wereldoorlog, vooral in ekonomisch opzicht dan, mangzaam maar zeker opgewerkt, is vandaag en voorlopig nog altijd relatief welvarend en het is bovendien politiek mondiger dan ooit. Vlaanderen nog "arm en dom" houden kan dus niet meer, zodat belgië wel op zoek moest naar een nieuwe strategie om het taaie Vlaanderen alsnog klein te krijgen. - Daarvoor heeft belgië, meer dan wie ook, handig gebruik gemaakt van de "totaal nieuwe kultuur", die zich in onze moderne samenwerking heeft ontwikkeld: de alles-overheersende-beeldkultuur. Dat brengt me naadloos bij de media en dus bij de MACHT en INVLOED van het genomeen televisie, en dus bij de VRT OF WAT DACHT U? Want, of we dat nu graag hebben of niet, televisie is vandaag, naast film, dé audiovisuele kunst bij uitstek. En belgië heeft dat heel vroeg en scherp ingezien. Het is dus geen toeval dat die PERFIDE en PERVERSE strategie uitgerekend in de schoot van de VRT (eerlijker zou zijn: BRT, n.v.Erik) gestalte heeft gekregen. Het is een soort SLUIPENDE REPRESSIE, die door een maçonniek (=vrijmetselaars-) van een fanatiek, Vlaamsvijandig JOURNAILLE en een veelvoud van omhooggevallen CULTUURPAUSEN, dagelijk en met succes wordt toegepast. Die strategie bestaat erin om systematisch elke uiting van CONSEQUENTE VLAAMSGEZINDHEID te ridikulizeren, te diabolizeren of gewoon dood te zwijgen! Anders gezegd: de oude unitaire BRT is nog altijd terug van nooit weg geweest! Wie het waagt om buiten politiek korrekte lijntjes te kleuren, kan het gewoon vergeten! Zonder overdrijving durf ik gewagen van een ronduit NEGATIEVE, ja zelfs NEFASTE invloed van de huidige generatie ZOGENAAMDE Vlaamse kunstenaars op de verdere ontvoogding van ons volk. Dat is zorgwekkend, ook al zijn er goddank hier en daar nog altijd uitzonderingen (zoals de deelnemers aan de VOORPOST-dag, n.v. Erik)". Dit laatste deel van Aldi's toespraak biedt een sterk tegengif tegen de algehele uitholling, verloedering en vervreemding van onze kunst en literatuur:

"De namen van de bewuste kultuurpausen zijn bekend en ik noem er enkele: Luc Tuymans, Tom Lanoye en Tom Barman, Jan Fabre, Geert Van Istendael, Willem Vermandere, Bart Peeters enz., enz. Allemaal ZELFVERKLAARDE VERDRAAGZAME DEMOKRATEN pur sang, maar in werkelijkheid, een bende ORDINAIRE, GECRISPEERDE, GEFRUSTREERDE, OVER-GESUBSIDIEERDE EN VOORAL DOOR BELGIË GEDENATURALIZEERDE VLAAMSE (...) NESTBEVUILERS, die in ruil voor een lintje of een titel, openlijk en ongeneerd aanschurken tegen het KONINGSHUIS en desgevraagd zelfs bereid zijn om hun Vlaamse identiteit luidruchtig af te zweren. - Hebt u bijvoorbeeld, goede vrienden, ooit stilgestaan bij het hemeltergend verschil tussen de opgeblazen mediashow rond de alom bejubelde, heroïsche dood van de eeuwige kandidaat-Nobelprijswinnaar HUGO CLAUS en de sibere, afgemeten en afstandelijk-koeme berichtgeving bij het heengaan van ANTON VAN WILDERODE ? Welnu, dat soort voorbeelden is bij de VRT schering en inslag en het heegt uiteindelijk geleid tot een negatieve en ANTI-VLAAMSE CULTURELE KLIMAATSVERANDERING".

Voor volgende afleveringen van mijn UTOPIA beloof ik er wat veelvuldiger mee te komen aandragen...

vrijdag 18 september 2009

Herfst: Karel van de Woestijne en Felix Timmermans


De kennis van onze Nederlandse dichtkunst - dus de "Vlaamse" of Zuid-Nederlandse inbegrepen! - is al sedert decenniën gekrompen en uiteindelijk zeer beperkt geraakt in het Zuiden. En ik geloof dat het in Noord-Nederland niet veel beter is. Bij de jongeren, evenals bij ouderen, spelen de kwelbuis, het -soms wanstaltige- internet en de radio (Klara zelden) een eersterangsrol in algemene kennisoverdracht en in het zeer schrale aanbod van gedichten, die dan dikwijls op stuntelige wijze worden "voorgedragen". De tijd dat wij in de "Poësis" en in de eerdere klassen van de Latijns-Griekse humaniora behoorlijk wat dichters én hun werk leerden kennen is al een halve eeuw voorbij. - Toch blijf ik geloven in de fundamentele en richtinggevende uitspraken van vier grote romantici: drie uit de eigenlijke -grote- Romantiek (eind 18de- eerste helft 19de eeuw) en één "Vlaamse", eigenlijke Kempische romanticus uit de eerste helft van de 20ste. De drie groten uit de tijd rond 1800 zijn dichters en denkers van het hoogste niveau in de wereldliteratuur: de Duitse, vroeggestorven dichter-wijsgeer Novalis (schuilnaam van Friedrich von Hardenberg, 1772-1801), de Engelse dichter en avonturier Percy Bisshe Shelley (1792-1822), ook al jong gestorven, met name verdronken in de Tyrheense Zee (Italië) en zijn tijdgenoot John Keats (1795-1821), die op 25-jarige leeftijd overleed. In feite alle drie "Poètes maudits"..., zoals onze Rodenbach, Jeanne van de Putte en Alice Nahon. De Vlaamse romanticus die ik wil aanhalen is één van de puurste Vlaamsgezinde en katholieke (spijts alle tegenwerking...) voormannen, die onze bevrijdingsstrijd heeft gekend. Met een wankele gezondheid haalde hij de vijftig niet...: Ernest van der Hallen (1898-1948).

Voor Novalis was poëzie, in de ruimste zin van een levenshouding van verrukking, verwondering en bewondering en dit vanuit een diep geloof in Jezus Christus, de absolute werkelijkheid: "Die Poesie ist das echt absolut Reelle. Dies ist der Kern meiner Philosophie: je poetischer, je wahrer!". Shelley van zijn kant legde de nadruk op dé dichter als signaal (van Schoonheid, Liefde, Recht...) én als wetgever van de wereld: "Poets are trumpets which sing to battle and poets are the unacknowledged legislators of the world". Keats, beroemd om verzen als "A thing of beauty is a joy for ever", voerde in zijn talrijke brieven -de mooiste uit de Engelse literatuur!- de Schoonheid hoog in het vaandel, evenals de edele gevoelens: "I am certain of nothing, but (=behalve) of the holiness of the heart's affections and the truth of Imagination". Veel dichter bij ons, zeker voor de getrouwen in de Vlaamse Beweging, staat Ernest van der Hallen, die door ziekte, lijden en verdriet werd getekend. Zijn uitspraak staat haaks op elk hedendaags materialisme en op economische verstarring: "Ten slotte is het niet de economist, maar de dichter die de tijd zijn werkelijke gestalte geeft!"

En zo beland ik bij twee Vlaamse dichters, wier werk tot in de verre komst zal blijven ontroeren en mensen tot inkeer zal brengen, Karel van de Woestijne (1878-1929, ook maar 50 geworden...) en Felix Timmermans (1886-1947, 60 toen hij, ten gevolge van een kwalijke repressie, moest sterven!). Van elk van hen wil ik voor mijn lezers een weliswaar bij vele poëzieliefhebbers vertrouwd gedicht neerschrijven. Twee sublieme herfst, van gevoel, toonaard en verwoording zéér verschillend, nu de herfst voor de deur staat...

KAREL VAN DE WOESTIJNE
---------------------------------------------
Koorts-deun
------------------
't Is triestig dat het regent in den herfst,
dat het moe regent in den herfst, daar buiten
-- En wat de bloemen wégen in den herfst;
-- en de 'oude regen lekend langs de ruiten...
Zwaai-stil staan graauwe boomen in het grijs,
de goede sidder-boomen, ritsel-weenend;
-- en 't is de wind, en 't is een lamme wijs
van kreun-gezang in snakke tonen stenend...
-- Nu moest me komen de oude drenteltred;
nu moest me 't oude vreê-beeldje gaan komen,
mijn grijs goed troost-moedertje om 't diepe bed
waar zich de warme koorts een l'icht dierf droomen,
en 't wegend wee in leede tranen berst...
... 't Is triestig dat mijn droefheid thàns moest komen,
en loomen in 't atone van de boomen;
-- 't is triestig dat het regent in den herfst...
(uit 'Het Vaderhuis', 1903)

Het herfstgedicht van Felix Timmermans is wel in één van de laatste herfsten van diens leven geschreven (1945 of '46), maar het draagt een diep-christelijke boodschap van overgave aan God in zich, waarmee hij zich, spijts droefenis en weemoed, van zelfbeklag bevrijdt. Van de Woestijne schrijft geheel anders zijn ziekelijke melancholie - die we ook bij Alice Nahon ontmoeten - uit. Hij vindt een beperkte troost in het verlangen en in het beeld van zijn "grijs troost-moedertje". De Fé prijst de eeuwige Schoonheid in God, die alles wijdt, terwijl Van de Woestijne wegzinkt in zijn triestig koorts- en ziektegevoel. Bovenstaand gedicht komt uit de cyclus "Verzen eener ziekte".

Timmermans' gedicht komt uit zijn postuum uitgegeven dichtbundel 'Adagio' (1947). Het is één van de mooiste herfstgedichten die ik ken, als een schilderij:

De Herfst blaast op den horen,
en 't wierookt in het hout;
de vruchten gloren.
De stilten weven gobelijnen
van gouddraad over 't woud,
met reeën, die verbaasd verschijnen
uit varens en frambozenhout,
en sierlijk weer verdwijnen...
De schoonheid droomt van boom tot boom,
doch alle schoonheid zal verkwijnen,
want alle schoonheid is slechts droom,
maar Gij zijt d'Eeuwigheid!
Heb dank dat Gij mijn weemoed wijdt
en zegen ook zijn vruchten!
Een ganzendriehoek in de luchten.
Nu komt de wintertijd.
Ik hoor U door mijn hart en door de rieten zuchten.
Ik ben bereid.

vrijdag 11 september 2009

September


September is, naast oktober, één van de dierbaarste en meest inspirerende maanden voor dichters en andere kunstenaar. Het tanende, weemoedige licht, de vroegere avondval, de eigen flora met herfstasters bijvoorbeeld en het geleidelijk wijken van de vakantie-hysterie, nu miljoenen kleine kinderen en jongeren een ander, meer geordend bestaan moeten aanvaarden, het zijn allemaal signalen van de naderende herfst, het duisterende najaar. Zoals andere dichters en prozaschrijvers werd ( en word) ik bij het naderen van de herfst geïnspireerd, steeds tot melancholische, weemoedige en ook zwaarmoedige verzen. Ik haal twee kwatrijnen aan uit mijn jongste bundel, "Gebleven is de Adel" (2006):

Nazomer
------------------
Trager en vromer eenden en zwanen
donker geuren rododendrons, kleuren tanen
want alles wordt verglijden thans
in nazomer van goud, van oude glans.

Herfstdag
-----------------
Nu wordt de herfst een kostbaar schrijn
van goud en brons en bruin
met wierooknevels in verstilde lanen
en op de vijver de getrouwe zwanen.

Naast beroemde herfstgedichten, als "Koortsdeun" van Karel van de Woestijne en "Die Blätter fallen, fallen wie von weit" van Rilke, zijn er honderden die ik zou kunnen aanhalen. Ik beperkt me tot twee van de grootsten uit de Nederlandse literatuur: Adriaan Roland Holst (1888-1976) en Jan van Nijlen (1884-1965), deze keer eens niet Anton van Wilderode, de weemoedige én moedige Waaslander, die ik al dikwijls heb geciteerd.
-----------------------------------------------------------------------------------------------

Een kwatrijn van de eenzame, grote dichter Adriaan Roland Holst:
----------------------------------------------------------------------------------------------
Het najaar waait de duistere landen
regenend over en oneindig groot
zijn de verlatenheden van de dood.
Bleek schuimt de zee over de lage stranden.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
Jan van Nijlen:
----------------------

Herinnering
--------------------
't Is in september, in de bonenstruiken,
als de avond zacht is dat de sprinkhaan zingt.
De lucht wordt groen, mijn moeder sluit de luiken
van 't oude huis waarboven Venus blinkt.

Melancholie
-------------------
De zomer ging, de wielewaal vertrok
zoals de Feniks en de vogel Rock.
Eén blijft me trouw, die ik des avonds zie,
mijn makker uil, vogel Melancholie.

donderdag 27 augustus 2009

Brussel loslaten ? - Brussel: her-vernederlandsen !


Brussel en Doel: beide, onderling oneindig verschillende oorden, zijn sedert kort - én ook in de onmiddellijke toekomst - de twee grootste, pokdalige en melaatse schandvlekken op het gezicht van, op de eerste plaats, belgië, maar ook op dat van "Vlaanderen" (dat de oude Nederlandse gewesten Vlaanderen (+ Zuid-Vlaanderen in Frankrijk), Brabant en Limburg omvat) en zich in een aantal opzichten "belgisch" begint te gedragen, met name tegenover Doel, dat, spijts de volslagen zinloosheid van nóg een dok meer, het Saeftinge-dok, brutaal bovenop een dorp met nog levende inwoners, die er absoluut niet weg willen, moet worden neergepoot!

Ik bewonder mijn vriend, geestesgenoot en oud-collega Frans Crols om de durf die hij aan de dag legde op onze jongste IJzerwake (zondag 23 oogst, in Steenstrate, bij Ieper), maar toch kan ik, als bewust ("Groot"- of "Heel"-)Nederlander, deze "knuppel Brussel' in het Vlaams-belgisch hoenderhok niet opvangen, noch gebruiken. Door het oude, ooit Nederlandse (Dietse) Brussel verder prijs te geven aan de multiculturalistische en jihadistisch-islamitische verloedering, vervreemding en ontaarding, krijgen we daar, te midden van het oude, glorieuze (hertogdom) Brabant, een gevaarlijke, ons bedreigende en vijandige stad-etterbuil. Met een groeiende bende fanatieke muzelmannen - kweekvijver van terroristen - is onze toekomst, ook als we herenigd worden met staats-Nederland en "ons land heropbouwen", onveilig en onzeker. Tot een eind in de 19de eeuw bleef Brussel, spijts de snel toenemende verfransing, een grotendeels Nederlandse stad. Werd onze taal er kwaadaardig en opzettelijk - met de steun van "overheden"...- verdrongen, toch leeft ze er nog... een beetje: een groeiende groep Franstalige ouders zenden hun kinderen liever naar Nederlands(talig)e scholen, wegens de veel betere kwaliteit van het onderwijs aldaar! Enkele procenten "Brusselaars" spreken nog (Brabants-) Nederlands of Brussels (géén "Vlaams"!). Ik blijf geloven dat, als "Vlaamse" of juister: Brabantse, Nederlandse Brusselaars de handen in elkaar met de groeiende groep van anti-belgische "Vlaams"- of Nederlandsgezinden in de rand en verder buiten die stad, er nog een kans bestaat om Brussel-Broekzele te winnen voor "Vlaanderen" of (Zuid-)Nederland...

De mensen die mijn Utopia-blog (soms) lezen, weten dat ik nu zal overstappen naar een poëtisch accent, dat zeker "utopisch" zal overkomen, maar ook met de diepe, dichterlijke wens én eis van de Vlaamse én Nederlandse nationalist Anton Van Wilderode, meermaals beluisterd in het krachtige lied van Paul Heyninck, die het samen met zijn kameraad-vagant Herwig van Horenbeeck, vertolkt(e), voor het eerst reeds op de IJzerbedevaart van 1971, "toen wij nog allen samen waren", onder de toren.

Mét mijn lieve, onvergetelijke vriend Anton van Wilderode, blijf ik geloven in een Nederlandse toekomst voor Brussel, al zijn de "verwaten heren" nog altijd niet weg...

BRUSSEL
-----------------

Brussel, gij waart onze stad,
kersten en ketters van binnen
(Ruusbroec en Bloemardinne!),
leeuwen op al uw tinnen,
Brussel, vergeet gij dat?
Brussel, oud hart, oude stad,
hart van de Nederlanden,
stad van de stokebranden,
Brussel, uw kruid is nat.
Zeg wat gij wilt, zeg wie gij zijt.
Brussel, het is méér dan tijd.
Brussel, gij zijt onze stad,
laat u niet ringeloren,
treiters en trikoloren
geef hun de wind van voren,
Brussel, maar durft gij dat ?
Brussel, gij wordt onze stad,
strals als de kansen keren
zijn al uw verwaten heren
met hun geléénde veren
weg in hun narrenpak.

zondag 23 augustus 2009

Ballade van de IJzerbedevaart


(aan Anton van Wilderode)

Nu onze achtste IJzerwake, gisteren zondag 23 oogstmaand in Steenstrate (bij Ieper) achter de rug is, diep ik voor de lezers van mijn "Utopia" nog eens mijn "Ballade van de IJzerbedevaart" op, een gedicht dat in mijn jongste bundel, "Gebleven is de adel" (2006) op bladzijden 32-33 is te vinden. In de gebalde stijl van de episch-lyrische ballade hang ik een beeld op van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de hele 20ste eeuw. De IJzerwake, die wat de opkomst betrof, de vorige weer eens overtrof, heb ik hier een week geleden reeds voorgesteld.

Ik verwijs naar die dichtbundel omdat het reeds een tweetal jaar is dat ik het stijlvol met houtsneden van Wim De Cock geïllustreerde en door Aleidis Dierick, één der grootste moderne Vlaamse én Nederlandse dichters, ingeleide boek, helemaal zelfstandig aan de man/vrouw moet brengen. Deze bundel mocht niet in de boekhandel komen, op bevel van de "politiek correcte" Stichting Lezen. Ook de uitgever, de Antwerpse Werkgroep Kultuur en Wetenschap, onder leiding van de fijnzinnige kunstenaar Dominique Baston, vond geen genade in de ogen van de officiële "Stichting". Ik dien mijn boek dus zélf te verspreiden, met lezingen en voordrachten. De lezers van dit non-conformistische en niet-correcte blog, die het boek nog niet bezitten, kunnen het bestellen door storting van 20€ (+ 3€ verzendkosten) op rek.nr. 979-6189 508-40 (Argenta) van Erik Verstraete (Jos Ratinckxstraat 17, 2600/ Berchem/Antwerpen), tel. 03.448.41.09. Desgewenst schrijf ik een opdracht voor de besteller. Vergeet zeker je naam en adres niet te vermelden!

Als voorsmaakje volgt hier één van mijn balladen, die de derde afdeling van dit boek uitmaken:

BALLADE VAN DE IJZERBEDEVAART
------------------------------------------------------------------

I.

Ooit gaf de stoute strijd aan 't IJzerfront
aan dit ontzielde volk een klein geweten.
Door 't offer van de ridders-frontsoldaten vond
een kleine schaar de weg naar het verlaten veld.
De staatse haat ontstak een broeihaard van geweld.
Een bedevaart deed stap voor stap belijden
de Dietse eigenheid die in de storm der tijden
werd neergedrukt, misvormd en uitgeteld.
Toen kreeg die kleine kern een goed gezag
van volksgetrouwen, die zich schaarden
aan de zijde van de Vlaamse kleinen, de gewijden
door eenvoud en verdriet. Dat waren andere tijden.

II.

Maar weer bleek 't lot 't arm Vlaanderen niet genegen.
Ten tweeden male leidde een wereldbrand
de besten van ons volk weer op verdeelde wegen.
De staat keek grijnzend toe en greep de kans
om volkscultuur en eigenheid te slaan,
in zinnebeeld en trouw aan idealen.
De zuivere toren mocht niet blijven staan.
Hij moest en zou de harde tol betalen,
die de vijandige staat weer eisen dierf
van 't lam geslagen en verscheurde volk.
Geen toren kan bij nacht de haat weerstaan:
de daders konden ongestraft hun gangen gaan.

III.

Voor 't Zuidelijk Nederland rees zwart de tijd:
zijn "Zwartboek" schreef Wies Moens, heen ging Verschaeve,
monddood werd 't Dietse Vlaanderen, wijl de staatse nijd
de trouwen nedersloeg. Maar als een goddelijke gave
in nood en fet verweer, stond weer een kleine schaar
voor nieuwe arbeid klaar: de toren moest herrijzen.
Trots en verbeten stonden, wist Van Wilderode,
Vlaanderens vendels, van nieuwe tijd voorbode.
De bedevaarten brachten velen op de been.
Volk en leiders gingen eindelijk beseffen
de echte nood van 't land en steen na steen
herrees de ranke toren, en niemand zou verheffen
een stem van onbegrip. Geen wanklank viel te horen.
Alleen nog geestbederf kon deze opgang storen.
Ontrouw en eigenbaat tastten toch "leiders" aan.
Het volk, geheel verward, kon geen bedrog verstaan.
't Vergif was uitgestrooid door eigen "leiders".
De harde tweespalt viel niet meer te ontwijken.
Wie zorgt voortaan voor schoonheid en voor volkse trouw?
Een nieuwe Dietse kern zal waken en her-ijken!

donderdag 13 augustus 2009

De achtste IJzerwake staat voor de deur!


Binnen enkele luttele weken, op zondag, de 23ste van de oogstmaand houden wij, Vlaamse en Dietse nationalisten, al voor de achtste keer onze IJzerwake, op de weide in Steenstrate, bij het monument voor de Gebroeders Frans en Edward van Raemdonck. Als de "grote" gazetten -twee of drie?- én de regimegetrouwe links-belgicistische omroepen, zich vanuit hun ivoren redactietorens de moeite getroosten om de herdenking van de Vlaamse IJzerfrontsoldaten én hun oproep tot "Zelfbestuur, Godsvrede en Nooit meer oorlog" met eigen oren en ogen te volgen, zullen we ons, als organisatoren, nog steeds niet verbazen om de schrale, verdraaide en flauwe verslagjes. Hoogmoed, hooghartigheid en zeker minachting voor een grote en waardevolle zaak en voor een bijna 150-jarige strijd voor het behouw van onze taal, cultuur en eigenheid, zullen zichzelf ooit ten gronde richten of...verdampen in de eigen leegte.

Op die achtste wake zal onze nieuwe voorzitter, Wim De Wit, ook voorzitter van het OVV (Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen) aantreden en zal hij ongetwijfeld een sterke toespraak houden. Over het thema van dit jaar, "
Welvaart én Welzijn door Onafhankelijkheid" - De Wit ook wel zal aansnijden dient zich in Steenstrate een eminent en radicaal spreker aan: de ervaren journalist, economist en Trends-directeur Frans Crols. Van zijn juiste inzichten en nationalistische overredingskracht ben ik, die lang geleden collega van hem was op de - nu niet meer herkenbare - Gazet van Antwerpen (échte Frut nu!) overtuigd. De bindteksten vloeien uit de pennen van uw blogmaker, althans de herdenkingsteksten bij de Bloemenhulde, en van Anton Aldi (Mark Diependaele), die al vele jaren zijn sporen heeft verdiend op het Vlaams-Nationaal Zangfeest. Van de voordrachtkunstenaars, Elke Heylen en Hans Schoofs verwachten weer het allerbeste, evenals van de optredende zangers en van de begeleidende muziek. Nu nog hopen dat het al te schaarse Dietse, Nederlandse accent duidelijk tot uiting komt, in de toespraken en in - hopelijk vele - prinselijke oranje-blanje-bleu-vaandels. En denk er aan, beste vrienden, kom op tijd, want (te) laat opdragen schaadt een ordelijke en stijlvolle plechtigheid. Het is in de stijl, de toespraken en de teksten dat wij een hemelsbreed verschil maken met de plebejische en bonte (?) kermis in Kaaskerke-Diksmuide. Ik wens jullie allen een hartverwarmende achtste IJzerwake toe! Trouw-Diets!

Borms Van Severen Van Wilderode Verschaeve Dietsland